Grote liefde

Brazilië is mijn grote liefde. Nou ja, één van mijn twee grote liefdes (naast Groot-Brittannië). Omdat het zo’n prachtig opwindend land is met warme vrolijke mensen die me altijd met open armen hebben ontvangen. En omdat het me zoveel intense, onvergetelijke ervaringen heeft geboden die mijn leven hebben onmetelijk verrijkt. Eenentwintig jaar is het geleden dat ik er samen met een studiegenote heen ging om drie maanden lang afstudeeronderzoek te doen en rond te reizen. De avond na aankomst zal ik nooit vergeten: Rio, het balkon dat uitkeek over het strand van Copacabana en op de met ontelbare lichtstipjes bedekte heuvels vanwaar verre sambageluiden opstegen. Het was mijn eerste reis buiten Europa en ik zou een poos wegblijven. Nóg kan ik het oproepen: Het overweldigende geluksgevoel om, na jaren van nieuwsgierigheid, studie en verlangen naar avontuur, op één van ’s werelds meest tot de verbeelding sprekende plekken te zijn: Rio de Janeiro, Copacabana.

De volgende dag al reisden we, mijn vriendin en studiegenote en ik, per touringcar door naar de binnenlanden: het stadje Iporá in de deelstaat Goiás waar mijn verre nicht Elly woonde die er al dertig jaar missiezuster was. Daar ontmoetten we talloze mensen, maakten we van nabij de diverse aspecten van de katholieke kerk en de invloed ervan op de Braziliaanse samenleving mee, gaven we Engelse les aan de plaatselijke faculdade. Wat het begin was van mijn loopbaan in de volwasseneneducatie. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik sloot er vriendschap met Cleomar, de vriendelijke, gevoelige Einzelganger die later professor werd aan de Universiteit van Salvador en met wie ik altijd contact heb gehouden.

Mijn vriendin en ik -vaak vergezeld door pastoor-in-opleiding Daniël, de assistent van de Nederlandse padre Wiro- dronken cafezinhos (mierzoete zwarte koffie) uit gebarsten minikopjes bij nagenoeg bezittingsloze mensen in lemen hutten met strooien daken. Of we lunchten bij kleine boeren en hun gezin die ons de grote eer aandeden om onder onze ogen één van hun weinige magere kippen met een machete over de kling te jagen. We brachten weekenden door bij vrienden van Daniel in de hoofdstad Brasilia die ons de bijzondere architectuur en stedenbouw van Oscar Niemeyer en Lúcio Costa toonden. Bij hen leerden we het Braziliaanse gezinsleven kennen. Met hen verkenden we het nachtleven (dat wil zeggen de caipirinha, de lambada, de samba en de Braziliaanse mannen). En ’s ochtends namen ze ons mee naar hun boerderij, een eind buiten de stad.

We gingen naar Cuiabá aan de rand van de Pantanal en trokken vandaar dat grootste moerasgebied van Zuid-Amerika in waar we paardreden en met roeibootjes tussen de kaaimannen voeren (de eerste keer dacht ik echt: “Ik kom nooit meer thuis”). We gingen ’s avonds met een Jeep op kaaimannenjacht, niet om ze te schieten maar om ze te spotten: Met een grote zaklamp vanaf het dak van de Jeep in het water schijnend waar de oogbollen van de kaaimannen het licht terugkaatsten. We zakten met de Jeep door één van de gammele houten bruggetjes waaronder nog meer kaaimannen lagen. Zodat ik me alweer afvroeg of ik ooit Europa nog zou zien. We visten op piranhas en aten die ’s avonds met een Amerikaans stel en onze twee gidsen op. Waarna we ons op onze hotelkamer verscholen voor onze gidsen die ons hadden verteld dat piranhavlees potentieverhogend was. Gelukkig werden we daar bewaakt door duizenden padden die de relatieve koelte (of misschien juist de warmte?) van de tegelgalerij voor onze kamer opzochten.

We liepen letterlijk capibaras (de grootste knaagdieren ter wereld, zo groot als een flinke hond) tegen het lijf en zagen tuiuiús (soort ooievaars), tatus (gordeldieren), coatís (rood neusbeertje), tucans, araras (grote papegaai) en iguanas (leguaan). Maar we zagen helaas geen onças (jaguar) of anacondas (die ik later wel in Rio op straat zag liggen). We trokken naar het beruchte grensgebied tussen Brazilië, Paraguay en Argentinië. Daar staken we natuurlijk even de grenzen over en lieten voor de lol stempels in onze paspoorten zetten. We werden nat onder de mooiste watervallen ter wereld bij Foz de Iguaçù (bekend van de film The Mission met Jeremy Irons en Robert de Niro) en zagen vanuit Argentinië hoe machtig groot het gat in de aarde was dat deze watervallen maakten. We wilden naar de Itaipú-dam maar werden tegengehouden door stakende Itaipú-arbeiders voor een beter loon en betere arbeidsomstandigheden, met wie we in gesprek raakten.

En natuurlijk gingen we naar São Paulo om er met nog twee studiegenotes de stad te verkennen. We ontdekten Liberdade, de grootste Japanse gemeenschap ter wereld buiten Toko, snoven cultuur op in musea voor moderne kunst en kochten er rare souvenirs in voodoo-winkeltjes, zoals een slangeoog op sterk water. Ik heb het nog steeds. En we eindigden waar we begonnen: In Rio waar we weer bij zusters mochten slapen aan de overkant van de baai in Niterói, zodat we elke ochtend de overvolle veerboot moesten pakken naar de stad. We zagen afgrijselijke armoede en even afgrijselijke rijkdom pal naast elkaar, we spraken met veel, heel veel nieuwsgierige en altijd vriendelijke Brazilianen die zich verwonderden over die twee lange blanke meiden met lichte ogen, van wie er eentje ook nog rood haar had, onweerstaanbaar voor kleine en grotere vingers.

Eenentwintig jaar is het geleden maar het lijkt gisteren. De herinnering is onuitwisbaar en een vruchtbare bodem gebleken voor meer Braziliaanse avonturen. Mijn leven is sindsdien opgedeeld in twee helften: Pré en post 1990…

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s