Spoorloos

Er waren eens… twee kleine bruine jongetjes met zwart krullend haar en grote donkere ogen van twee en vier jaar oud die geboren waren in een ver warm land aan de andere kant van de grote oceaan. Ze kwamen naar Nederland in de armen van hun nieuwe mama en papa die hen uit een kindertehuis hadden gehaald. Hun eigen vader had hen slecht behandeld en wilde niet meer voor hen zorgen en over hun echte moeder was niks bekend. De officier van Justitie in hun stad kwam op vakantie in Rio een ouder Nederlands echtpaar tegen dat hem vertelde over hun zoon en schoondochter die geen kinderen konden krijgen en graag wilden adopteren. De officier wist daar wel raad op, zei hij en belde naar Nederland. En zo kwamen de twee kleine bruine jongetjes en hun nieuwe mama en papa bij elkaar. Maar dat is pas het begin van het sprookje.

De kleine bruine jongetjes groeiden op bij hun nieuwe papa en mama die later nog meer kleine bruine kindjes adopteerden. Ze vergaten de taal van hun verre warme geboorteland en groeiden op met zuurkool en spek en bruin brood met pindakaas. Ze kregen Sinterklaaskadootjes en leerden Nijntje en Sesamstraat kennen. Later gingen ze van hip hop houden en van Chinees eten en nog later van bier en een goeie joint. Aan liefde en warmte kwamen ze niks te kort in Nederland en ook niet aan materiële zaken. Desondanks ging het vaak niet van een leien dakje in hun leven. Daarvoor hadden ze in hun geboorteland al teveel meegemaakt. Vaak dachten de jongens terug aan vroeger en vroegen ze zich af wat er van hun andere vader en moeder was geworden.

Hun Nederlandse moeder wachtte tot ze bijna volwassen waren en schreef toen een brief naar de televisie. De redactie van een programma dat verloren gewaande familieleden opspoorde kwam op bezoek en sprak met de jongens. Die vonden het best erg moeilijk om over vroeger te praten: Vage maar ook soms heldere en pijnlijke herinneringen aan hun moeilijke eerste levensjaren kwamen dan bovendrijven. De redacteur van het programma begreep dat het niet zo’n goed idee zou zijn om de jongens op tv te brengen. Maar ze beloofde wel haar contactpersoon in hun geboorteland op pad te sturen, op zoek naar aanwijzingen over hun familie daar. En wonder boven wonder kwam al heel snel het bericht van overzee: “We hebben jullie moeder gevonden!”

Dat was een verrassing! Een hele blijde en een hele emotionele natuurlijk. Vooral toen het verhaal achter de in de steek gelaten jongetjes bekend werd. De moeder was uit lijfsbehoud gevlucht voor haar man, de vader van de twee jongetjes, die haar stelselmatig mishandelde. In de tijd dat zij de moed verzamelde om haar kinderen op te halen, bracht de vader hen naar zijn zus en die zus bracht de jongens naar het kindertehuis. Ook vader en tante verdwenen maar de moeder bleef haar zoons door de jaren heen altijd zoeken. Zij had er geen idee van dat ze in het buitenland waren terechtgekomen, totdat de contactpersoon van het Nederlandse tv-programma aan haar deur kwam.

Ineens hadden de twee kleine bruine jongetjes -die inmiddels twee lange bruine Hollanders waren geworden- twee moeders, eentje aan elke kant van de grote oceaan. En ze hadden niet één klein broertje maar nog een grote broer, en niet drie zusjes maar vijf. En ze hadden heel veel tantes en ooms en neven en nichten die allemaal ontzettend blij waren dat de twee verloren schapen na zoveel jaren gemis en verdriet weer waren teruggevonden. Een Nederlandse vriendin sprak de taal van het verre warme land en belde vanaf dat moment regelmatig naar hun andere moeder en familie. De twee jongens luisterden dan ademloos en gespannen naar de gesprekken in die vreemde taal die ze ooit hadden begrepen en gesproken maar helemaal waren vergeten.

En toen, een jaar later, kwam het grote moment: De Nederlandse vader en moeder hadden genoeg gespaard om hun zoons mee terug te nemen naar hun verre warme geboorteland. Hun jongere broertje mocht ook mee en de tolkvriendin ook. En zo gingen ze met z’n allen op reis en vlogen de oceaan over. Het was heel spannend en emotioneel voor de jongens en ook voor hun Nederlandse vader en moeder, zeker toen het moment was aangekomen dat ze hun andere moeder zouden ontmoeten. In de zeer bescheiden buurt waar ze woonde waren de meeste straten gewoon aangestampte rode aarde en de meeste huizen piepklein, gammel en opgebouwd uit allerlei restmateriaal.

De jongens gingen één van de huisjes binnen en daar stond een klein bruin vrouwtje met grote donkere ogen en zwarte krullende haren dat hen huilend in de armen viel. De andere moeder en vader stonden buiten in de brandende zon te wachten maar de tolkvriendin was met de jongens mee naar binnen gegaan zodat ze met hun kleine mama zouden kunnen praten. Het duurde lang voordat zij haar verloren gewaande zoons kon loslaten. Maar daarna werd er gepraat. De jongens stelden vragen in het Nederlands, de tolkvriendin vertaalde die in de taal van de moeder die dan weer antwoord gaf. En net toen de Nederlandse familie wilde binnenkomen, kwam er nog een vraag van één van de jongens: “Vraag eens aan onze moeder waar onze grote broer is.”

Met grote schrikogen keek het vrouwtje, dat minstens twee koppen kleiner was dan haar op pindakaas en bruinbrood grootgebrachte zoons, de tolkvriendin toen aan. En toen begon ze weer te huilen. Meteen voelde de tolkvriendin: “Hier is iets heel erg fout.” Ze vroeg de jongens om te gaan zitten op het bed in de kleine ouderslaapkamer waar ze stonden te praten en zette zich schrap. Omdat de boodschap die ze moest overbrengen net de enige was die geen mens aan een ander wil overbrengen. Zeker niet aan twee kwetsbare jongens die al zoveel hadden meegemaakt in hun jonge levens.

Hoewel er al een jaar telefonisch en mailcontact was had de moeder  het haar zoons in Nederland nooit durven vertellen; Hun oudere broer, haar oudste zoon, was anderhalf jaar eerder omgekomen bij een verkeersongeluk. Ze wilde het hen liever persoonlijk zeggen en dat deed ze nu. En zo kwam het dat er in dat kleine kamertje in dat gammele, door de brandend hete zon geteisterde huisje twee grote jongens uit Nederland snikkend op bed zaten, ontroostbaar van verdriet om het verlies van de broer die ze nooit hadden gekend.

Natuurlijk gebeurde er nog veel meer. De jongens leerden hun halfzusjes kennen en al hun ooms en tantes en neefjes en nichtjes en hun oma die hen maar ook de Nederlandse aanhang verwelkomden als vanzelfsprekend onderdeel van de familie. Ze namen hun moeder en hun zusjes overal mee naartoe en ze bezochten het graf van hun grote broer. Ze  voetbalden en visten en dansten en zongen en leerden hun eerste woordjes in de taal die ze lang geleden waren vergeten. Ze verwonderden zich over hun land dat ze niet meer herkenden en toch ook weer wel. En ze waren opgetogen over de gelijkenis tussen hen en hun familie, hoewel ze beiden veel langer waren dan zelfs hun langste oom. En na twee weken namen ze met moeite afscheid, maar met de belofte om zo snel mogelijk terug te komen en om hun moeder en zusjes die het niet breed hadden met van alles te helpen.

Dat alles is vijf jaar geleden. Het is natuurlijk helemaal geen sprookje en het verhaal is ook nog niet af. De jongens zijn alweer een keer teruggegaan en hun kleine moeder is met een oom en een tante in Nederland geweest. Ook dat kwam bijna op tv: Toen de jongens op Schiphol op hun moeder zaten te wachten, zag de tolkvriendin de presentator van een populair tv-programma met wie ze ooit in een quiz had gezeten. Helaas had de presentator zijn opnames net klaar, anders had hij het verhaal van de twee kleine bruine jongetjes uit dat verre warme land graag in zijn programma gehad.

En nu gaan de jongens die inmiddels stoere jonge mannen zijn geworden, voor de derde keer naar hun geboorteland. Mét hun Nederlandse ouders. En mét de tolkvriendin. Omdat hun vroegere taal best wel erg moeilijk blijft. En omdat zo’n tolk die tegelijk biechtmoeder en bruggenbouwer is soms toch best heel handig kan zijn.

Nawoord:

Die tolk, dat ben ik. De twee jongens zijn de zoons van goede vrienden. Ze zijn geboren in Brazilië, ergens in een grote stad in het zuiden. Volgende maand gaan we er samen weer heen. En da’s geweldig.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Spoorloos

  1. Pingback: De piloot, de visser en de kleine prins | Brazil4dummies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s