Moordende concurrentie of win-win?

“Nederland zal tot in de eeuwigheid internationaal koploper blijven op het gebied van agrotechnologie en innovatie.” Dat is het heilige geloof dat ik gisteren beluisterde in een discussie met Limburgse boeren. Ik help het hen hopen. Maar landen als Brazilië (één van de grootste en sterkste agroproducenten ter wereld) zijn hongerig naar kennis om hun productie te vergroten, verduurzamen, versterken. De Braziliaanse regering heeft onlangs een convenant gesloten met de Verenigde Staten om 75.000 Braziliaanse studenten in de VS te gaan opleiden. Brainport, het kenniscluster rond Eindhoven -de slimste regio ter wereld- gaat een conferentie over Brazilië organiseren waarbij bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden zullen aanhaken. Voor de Universiteit van Wageningen en de HAS in Den Bosch (de agrokennisclusters bij uitstek) is het interessant om buitenlandse studenten binnen te halen. Zijn dit voor Nederlandse agro-ondernemers bedreigingen of juist kansen? Hoe kunnen boeren in Nederland, Brazilië, Afrika, Azië ook in de toekomst een goede boterham verdienen met een gezonde veilige duurzame regionale voedselproductie? Hoe creëren we een win-win-situatie in plaats van moordende concurrentie? Stof om over na te denken. “Food for thought…”

Advertenties

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

6 Reacties op “Moordende concurrentie of win-win?

  1. Anoniem

    HAS en WUR hebben hun internationale reputatie gebouwd op de innovatiekracht en het ondernemerschap van de primaire sector in Nederland. Juist in de innige samenwerking tussen theorie (kennis, opleiding) en praktijk ligt de kracht van de Nederlandse land- en tuinbouw. Het is juist goed, dat opkomende economieën van die kennis gebruik maken. Daar kunnen wij ook weer van leren. Wie kan delen, kan ook vermenigvuldigen. Juist die wisselwerking, met een open blik naar de wereld, zorgt ervoor dat de Nederlandse agrarische sector voorop blijft lopen. Waarom zou dat een bedreiging zijn? Het is juist een kans, zeker de komende vier decennia waarin hoe je het wendt ook keert de wereldconsumptie van vlees met 70% (!) zal stijgen. En dat moet veel en veel duurzamer dan nu. De kennelijke vooronderstelling dat regionaal per definitie duurzamer is, klopt overigens niet, maar dat is een andere verhaallijn. Die moordende concurrentie is vooral te wijten aan oneerlijke mondiale, Europese en nationale marktverhoudingen. Zoals Europees georganiseerde inkoopmacht van de supermarkten toestaan, maar samenwerking van producenten verbieden. En de import legaliseren van vlees dat is geproduceerd naar maatstaven die in Nederland verboden zijn.

  2. Een paar dingen vallen op. “Brazilië (één van de grootste en sterkste agroproducenten ter wereld) is hongerig naar kennis om hun productie te vergroten, verduurzamen, versterken.”
    Reken maar dat dit stallen van ongekende giga-omvang worden! Is dat in de ogen van de SP opeens vergroten, verduurzamen en versterken? Als ze maar in het buitenland staan?
    Maar daar van afgezien: natuurlijk kan Nederland niet wedijveren met de schaal waarop de veehouderij zich in deze landen zal gaan ontwikkelen. Dat is ook helemaal niet de bedoeling. Onze kracht ligt juist in kwaliteitsinnovaties (milieu, dierwelzijn, gezondheid, landschap en niet te vergeten smaak en prijs). De reputatie van WUR en HAS zijn gebouwd op de vernieuwingskracht en het ondernemerschap in de primaire sector. Het is juist goed om deze kennis met de wereld te delen, dat gebeurt al volop, maar nog veel te weinig in samenhang (ontwikkelingshulp!). Wie kan delen, kan immers ook vermenigvuldigen. Dus ik zie in de enorme drive tot productieverhoging overal in de wereld en niet alleen in Brazilië (vleesconsumptie zal de komende decennia met liefst 70% stijgen) een geweldige kans om het Nederlandse kennispotentieel op het gebied van duurzaamheid te verzilveren. Dat staat elders echt nog in de kinderschoenen. Wij hebben die voorsprong in een eeuw tijd met noeste arbeid opgebouwd en het is voor andere landen heus geen kwestie van even wat kennis kopiëren en hupakee ze streven ons voorbij.
    Een tweede punt dat mij opvalt is de kennelijke vanzelfsprekendheid waarmee duurzaamheid wordt gekoppeld aan regionaal produceren. Regionaal is lang niet altijd duurzaam. Hangt er overigens ook vanaf hoe je regionaal definieert. Vlees uit eigen dorp of regionale zelfvoorziening in een straal van 500 kilometer?
    Derde element: de term moordende concurrentie heb je vast gekozen om daarmee het alternatief ‘win-win’ meer reliëf te geven. Ik heb al aangegeven hoe ik tegen concurrentie als kans aankijk. Het alternatief wordt helaas niet gegeven. En daar ben ik juist benieuwd naar. Tijdens de bijeenkomst werd opnieuw duidelijk, dat geen enkele veehouder zit te wachten op nog grotere stallen. Daar hoef je geen uitgebreid onderzoek naar te doen. Ik vind het daarom treurig, dat de veehouder die zelfs nog verder wil gaan dan de wettelijke eisen wordt afgerekend door een samenleving die aan de kassa de knip op de beurs houdt. Het moet dus wel uit de opschaling komen. Uit die spagaat kan hij zichzelf eenvoudig niet redden Daar hebben we allemaal een verantwoordelijkheid in: de ondernemer zelf natuurlijk, maar ook de burger, de consument, de overheid en de ketenpartijen. Het laten bij Megastal Nee en de aap daarmee op de schouder van de veehouder zetten is stigmatiserend en draagt niet bij aan welke oplossing dan ook.
    Een goed begin van de dialoog vind ik het, dat de SP wil nadenken over alternatieven vanuit het besef dat bij het opleggen van een schaalbeperking een perspectief op inkomensontwikkeling geboden moet worden. Daar is de sector zelf ook koortsachtig naar op zoek. Nieuwe marktconcepten die meerwaarde bieden (van kloostervarken tot natuurrunderen en AH beter leven) zijn voor sommige ondernemers zeker het overwegen waard. Deze markt kan nog groeien, maar niet verder dan 20% en er moert dus meer gebeuren. De SP is vóór marktregulering, maar ik mis een samenhangende visie op het zodanig sturen van de markt dat een veehouder met kleinschalig regionaal produceren voldoende inkomen kan halen. Als het kon, had hij het allang gedaan. Een paar suggesties: verbied import van buitenlands vlees dat niet volgens de Nederlandse normen is geproduceerd. De Supermarkten zijn in vijf (en straks nog maar vier) grote inkoopbureau’s georganiseerd en halen het vlees mondiaal waar het het goedkoopst is. Als producenten hun krachten willen bundelen hebben ze meteen de nMA in hun nek, dus aan die mededingingswetgeving valt ook nog wel wat te verbeteren. Eigenlijk zou er een mondiale maatschappelijke standaard moeten zijn voor verantwoorde vleesproductie.
    Allemaal heel weerbarstige materie. Welkom in onze wereld.

  3. Herman, Dit blog is door mij geschreven op mijn bedrijfswebsite en bedoeld om vragen te stellen, niet voor politieke stellingname. Ik weet als Braziliëdeskundige dat de Braziliaanse regering stimuleringsprogramma’s heeft voor eigen studenten om kennis in het buitenland op te doen en in eigen land aan te wenden. Dat is een legitieme wens, lijkt me. Nederland heeft die kennis, en kennis moet je uiteraard delen. Het betekent wel dat op termijn de Nederlandse kennis en innovatiekracht waaraan de ondernemers afgelopen vrijdag zich zo leken vast te klampen niet lang meer exclusief is. Daar moet je als sector en als individuele ondernemer dus rekening mee houden. Inderdaad: de kansen erin zien, niet zozeer alleen de bedreigingen. En over duurzame landbouw en veeteelt: De kernvraag is: Wat is duurzaam? Het lijkt wel of niemand daar nog/al een antwoord op heeft. Is opschaling duurzaam? Is regionale productie duurzaam? En wat is eigenlijk regionaal? Is biologische productie duurzaam? Mag een bedrijf zich duurzaam noemen als het energieneutraal is en voldoet aan de hoogste eisen voor dierenwelzijn maar wel bulk produceert en de eigen mest niet kan verwerken? Ik pretendeer niet de antwoorden te hebben, stel slechts de vragen in hun internationale contekst. Het is wel belangrijk om nu in gezamenlijkheid antwoorden te gaan bedenken: Agro, retail, politiek, consument, milieuclubs, wetenschappers etc.

  4. Peter Jens

    Waarom moet ik na het lezen van je artikel denken aan die mooie win-win die in Holambra is ontstaan (http://nl.wikipedia.org/wiki/Holambra). Zelf denk ik dat het niet vanzelfsprekend is dat Nederland koploper blijft. Kennis zonder “verpakt” te zijn in zich onderscheidende (ofwel qua kostprijs ofwel anderszins) produkten vervliegt.

  5. Veerle, complimenten dat je echt verder durft te kijken… En niet te hard zijn voor Herman, de Nederlandse Landbouw en misschien wel de wereldse landbouw heeft gedreven denkers als Herman nodig.

  6. Excuus Veerle, heb de context verkeerd ingeschat. Helemaal eens met je slotconclusie: “Het is wel belangrijk om nu in gezamenlijkheid antwoorden te gaan bedenken: Agro, retail, politiek, consument, milieuclubs, wetenschappers etc.” Misschien mag ik voor meer inzichten over de inzet van kennis verwijzen naar foodlog.nl, het debat rond Carolyn Steel. http://www.foodlog.nl/artikel/the-real-steal/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s